De 10 geboden voor de fietser (Bron VWB)


1. Ik ken en respecteer de verkeerswetgeving. Want de verkeerswetgeving garandeert het veilig beoefenen van onze hobby en verzekert een goede verstandhouding met de medeweggebruikers (auto’s, andere fietsers, voetgangers e.d.). Zonder het toepassen van klare regels is er enkel chaos en daar hebben we als wielertoerist en dus zwakke weggebruiker enkel bij te verliezen. De verkeersregels voor wielertoeristen zijn vrij eenvoudig en je vindt hen verderop nog eens netjes gebundeld terug.


2. M’n snelheid pas ik aan de omstandigheden aan. En die omstandigheden variëren nogal eens. Een drukke weg of een dijk vol wandelaars zijn niet de plaatsen om eens voluit te gaan; op een stille landweg kan dat wel. En naast de aard van de weg of de weersomstandigheden, moeten we ons vaak ook op onze ploegmaats richten: wie al eens met een minder getalenteerde fietser op weg is, houdt uiteraard ook met hen rekening, want wie ‘over z’n toeren gaat’ is minder alert en creëert daardoor meer risico voor zichzelf en anderen.


3. Ik draag steeds een fietshelm. In groep, maar ook wie alleen fietst. Alle veiligheid begint bij jezelf. Een ongeval zit in een klein hoekje en het zou jammer zijn om een leven lang te moeten boeten voor iets wat perfect vermijdbaar was geweest. Bovendien zijn moderne fietshelmen perfect instelbaar, zeer licht en hypermodieus zodat er geen enkele objectieve reden is om ze niet te gebruiken.


4. Mijn fiets zal ik goed onderhouden. De fiets, dat is onze buddy. Hij staat niet alleen garant voor vele uren fietsplezier maar tevens voor onze veiligheid en die van anderen –doch enkel indien hij goed onderhouden is natuurlijk.


5. Ik respecteer het milieu en zorg niet voor afval of lawaai. Gemeenten en bosbeheerders treden steeds strenger op, doch waar men het parcours achterlaat zoals men het aangetroffen heeft, is men ook later steeds welkom.


6. Mede-weggebruikers zijn vrienden, geen concurrenten. We moeten allen samen de openbare weg delen, en dat is vaak niet eenvoudig. Maar alles begint met het respecteren van de andere weggebruikers. Ook en vooral voor voetgangers –de enige weggebruikers die nog ‘zwakker’ zijn dan fietsers- zijn we extra attent.


7. Fietsen doe ik in kleine groepjes. Grote groepen zijn sowieso minder leuk en het nerveuze rijden in peloton brengt extra risico’s met zich mee. Bovendien wekken kleine groepjes minder wrevel op bij andere weggebruikers.


8. Onnodige risico’s neem ik niet. Het is het niet waard. Want we wensen ook morgen en later nog met plezier te kunnen fietsen.


9. Ik fiets alleen waar en wanneer het geoorloofd is. Men beoefent z’n hobby enkel indien het wettelijk toegestaan is en men er welkom is. Dat geldt zowel voor de plaats waar men fietst als het tijdstip waarop dat gebeurt.


10. Ik onthoud me volstrekt van enige vorm van doping. Want sportiviteit en gezondheid moeten belangrijker zijn dan het persoonlijke ego. En zeg nu zelf: je moet al een grote loser zijn om voor je hobby naar doping te grijpen.